‘Meer luxe en veel vrijere mensen’ (1982)

In 1982 plaatste Panorama een aantal interviews met kampeerders van Helios. Fons van Loveren stuurde de interviews in, zodat iedereen ze nu nog kan lezen.

Ome Jaap Smit en zijn vrouw Trien hebben een hoop zien veranderen in de ruim vijfendertig jaar dat ze in Zandvoort kamperen. Er zijn een paar dingen waar ze wat moeite mee hebben – het verschijnen van de blote borsten en (vanwege de rook) het barbecuen – ‘maar’, zegt ome Jaap: ‘ik ben beslist niet iemand die zegt dat vroeger alles goed was. O nee, er is veel verbeterd: meer luxe en veel vrijere mensen.’

Hij is gepensioneerd rij-examinator en ook nog ‘twintig jaar smeris geweest’ en dat is te merken aan de manier waarop hij de dingen onder woorden brengt. Hij vindt het prettig dat Helios een club van Amsterdammers én Haarlemmers is:  ’Dat zie ik als positief. Het verkeersgedrag in Haarlem is heel anders dan in Amsterdam, veel minder agressief.’

En: ‘Wat je in de stad tegenwoordig tegenkomt aan parkeerexcessen, zo van: donder je wagen maar ergens neer, die mentaliteit zie je hier ook. Daar staat gelukkig tegenover dat hier een zekere sociale pressie is. Controle, alleen al door de blikken van de buren.’

Ome Jaap kan, af en toe voorzichtig getemperd door zijn milde vrouw, prachtig vertellen. Bijvoorbeeld over hoe eenvoudig het vroeger ging. ‘Als je hier naartoe ging, was je genoodzaakt je dekens en bedden mee te nemen. Tegenwoordig stapt, als het slecht weer is, de helft in de auto naar huis. Vroeger was je door armoe gedwongen om te blijven.

Je had ook toen al wel van die reportages. Kwamen ze van het Haarlems Dagblad bij uitzonderlijk slecht weer en dan hoorde je de mensen zeggen: Wij? Wij gaan niet weg, hoor. Wij blijven! Ja, geen wonder, ze konden niet weg, thuis waren geen dekens en was ook geen servies!’

Jaap en Trien hebben de overgang van petroleum op butagas meegemaakt. ‘Een hele overgang, een complete luxe!’ En als je hoort hoe ze vroeger van Zandvoort naar Amsterdam gingen…

Ome Jaap: ‘In die tijd kwamen we nog per fiets hier. Ik weet nog dat ik een tweedehandse bromfiets kreeg. Toen ging mijn vrouw daarop met een kind achterop. Mijn oudste dochter op haar eigen fiets, liet zich slepen. En vader stayerde daar, met nog een kind achterop, op zijn eigen fiets achteraan.’
Trien: ‘Ja, en ik mocht op de bromfiets. Weet je waarom? Omdat moe anders te vaak moest rusten onderweg. Dan duurde het te lang volgens de kinderen.’